"Kun je dit even naar Excel exporteren?"
Als je in data werkt, heb je die vraag duizend keer gehoord. Je bouwt een strak rapport, de cijfers kloppen, iedereen tevreden. En binnen een week wil iemand het tóch in Excel. Niet omdat Excel mooier is, maar omdat ze iets willen dóén met die cijfers: een bedrag corrigeren, een uitzondering goedkeuren, een status bijwerken. En laat dat nou net zijn wat een rapport niet kan.
Daar ligt de grens van Power BI. Zo sterk als het is in laten zien, zo hard stopt het zodra je wilt handelen. Een rapport is read-only by design: je kijkt naar je data en je kunt interactief erdoorheen klikken. Een record aanmaken? Kan niet. Terugschrijven naar de bron? Kan niet. Een goedkeuring starten? Kan niet. Dus verhuist het echte werk naar een spreadsheet die niemand bestuurt, en lekt je enige versie van de waarheid weg via de mail.
En wil je het wél netjes doen, met een echte applicatie op je data? Dan bel je een softwareteam, wacht je een half jaar, en bouw je een los systeem: eigen database, eigen login, eigen kopie van precies dezelfde cijfers. Twee gescheiden werelden. Eén waarin je naar data kijkt, één waarin je erop handelt. Met een duur, wankel koppelstuk ertussen, of helemaal niets.
Op Microsoft Build 2026 heeft Microsoft die kloof stilletjes dichtgegooid. Het heet Microsoft Fabric Apps. En het is groter nieuws dan de ingetogen aankondiging deed vermoeden.
Wat zijn Microsoft Fabric Apps?
Fabric Apps is een nieuw item in Microsoft Fabric. Naast je lakehouse, je pipelines en je Power BI-rapporten kun je nu ook een echte webapplicatie neerzetten: een programma dat gewoon in de browser draait, zoals je online bankomgeving of Word online. Geen rapport dat je bekijkt, maar een app waarin je werkt.

Het belangrijke woord is daarnaast. Die app leeft binnen Fabric, bovenop dezelfde bestuurde data die je rapporten voedt. Hij praat via je bestaande Power BI-semantische modellen met je cijfers, en respecteert automatisch de toegangsrechten die je al hebt ingesteld. Geen tweede datapijplijn. Geen tweede versie van de waarheid. Geen aparte governance die je opnieuw moet dichttimmeren.
Kort gezegd: je gaat van een rapport dat je alleen kunt lezen naar een applicatie waarin je kunt handelen, zonder de bestuurde omgeving te verlaten waarin je data al veilig staat. Dat is het hele punt.
De functie zit op dit moment in preview. Dat betekent: bruikbaar en spannend, maar nog niet af. Meer daarover verderop, want eerlijk zijn over de randjes hoort erbij.
Hoe werkt het achter de schermen?
Hier wordt het mooi, en verrassend eenvoudig.
De motor onder Fabric Apps heet Rayfin: een SDK en command line tool die Microsoft open source heeft gemaakt. Je beschrijft je applicatie in code, en Rayfin regelt de rest. Je definieert je datamodel in TypeScript, waarbij je je klassen voorziet van simpele labels (@entity(), @text(), @uuid()). Meer heb je niet nodig om te beginnen.
Als je vervolgens één commando draait, rayfin up, gebeurt er iets wat vroeger weken kostte. Fabric bouwt automatisch de volledige achterkant van je applicatie op:
- Een SQL-database in Fabric, met precies het schema dat uit je TypeScript-model volgt.
- Een GraphQL-API, automatisch gegenereerd, zodat je frontend veilig met je data praat.
- Authenticatie via Microsoft Entra ID, met single sign-on. Je gebruikers loggen in met de identiteit die ze al hebben.
- Hosting, op een publieke URL, met je frontend netjes geserveerd vanuit OneLake.
Fabric beheert het hosten, het netwerk en het schalen. Jij schrijft geen infrastructuur, geen loginschermen, geen boilerplate. Precies het saaie werk dat normaal 80% van een applicatie opslokt, is weg.
En het aansluiten op je bestaande data? Dat is misschien wel het makkelijkste deel. Een Fabric app praat met je gepubliceerde semantische model via DAX, precies zoals een Power BI-rapport dat doet. Je model blijft de enige bron van waarheid; je wisselt alleen de voorkant. Daarmee ontstaat een keuze die je vroeger niet had: wil je Power BI als frontend op je model, of een Fabric app? Beide tappen dezelfde cijfers af, elk met een eigen kracht. Die afweging maak ik verderop, met een tabel erbij.

En dan de kers: dit is code, en code is het perfecte voer voor een AI-agent. Omdat je datamodel, je services en je toegangsregels allemaal in code staan, heeft een codeeragent zoals GitHub Copilot of Claude Code alle context om de rest voor je te schrijven. Je beschrijft wat je wilt, de agent bouwt het. Dat is niet toevallig: Microsoft positioneert Fabric nadrukkelijk als de databasis voor het "agentic" tijdperk, en Fabric Apps is precies de plek waar die agents iets kunnen bouwen dat mensen echt gebruiken.
Zo begin je met Fabric Apps
De belofte van Microsoft is "van idee naar een live URL in minuten". Dat klinkt als marketing. In de praktijk klopt het aardig, en zo ziet de route eruit:
- Scaffold je project lokaal. Eén commando,
npm create @microsoft/rayfin@latest, en je hebt een werkend project op je laptop. - Ontwikkel lokaal met Docker. Je draait de volledige stack op je eigen machine en itereert razendsnel, zonder telkens naar de cloud te hoeven.
- Deploy naar Fabric. Als het staat, draai je
rayfin up, en Fabric tovert je database, API, authenticatie en hosting tevoorschijn. Schema aangepast?rayfin up db applyen klaar.
Wees wel eerlijk over de voorwaarden, want ze zijn er. Je hebt een gepubliceerd semantisch model op een Fabric- of Power BI-capaciteit nodig, met lees- en buildrechten. Je hebt minstens de rol Contributor op de doelworkspace nodig. En je Fabric-beheerder moet twee tenantinstellingen aanzetten: "Fabric Apps" en "Dataset Execute Queries REST API". Niets onoverkomelijks, maar je begint niet in een compleet vacuüm.
Wat kosten Microsoft Fabric Apps?
Het goede nieuws eerst: er komt geen apart prijskaartje bij. Fabric Apps heeft geen eigen licentie. Een Fabric app draait op je bestaande Fabric-capaciteit en verbruikt Capacity Units (CU's), net als elke andere workload in Fabric. Heb je al Fabric, dan komt er geen nieuwe regel op je factuur; je app tikt gewoon mee op de capaciteit die je al hebt.
Wat verbruikt CU's? Drie dingen:
- De SQL-database in Fabric: rekenkracht voor elke query en elke wijziging, plus de opslag van je data. (Ter vergelijk: één Fabric CU staat gelijk aan 0,383 SQL-database-vCores.)
- De GraphQL-API: elke leesquery en elke schrijfactie die je app doet. De teller loopt op tien CU’s per uur verwerkingstijd.
- De hosting: je frontendbestanden staan in OneLake, en het opslaan en uitserveren daarvan verbruikt eveneens CU's.
De kosten schalen dus met gebruik. Een interne tool die een handjevol stewards de hele dag gebruikt, kost een fractie van een app die door honderden mensen wordt bevraagd. Je volgt het live in de Microsoft Fabric Capacity Metrics-app, per item en per operatie, zodat er nooit een verrassing op je factuur staat.
En als je nog geen Fabric hebt? Dan begint capaciteit bij de kleinste F2-SKU, rond de EUR 240 per maand pay-as-you-go, per seconde afgerekend en zo’n 40% goedkoper met een jaarreservering. Je kunt capaciteit pauzeren om de teller stil te zetten. Kort samengevat: geen nieuwe licentie, wel verbruik dat je bewust monitort.
Is dit het einde van Power BI?
De vraag die ik overal hoor: is dit de opvolger van Power BI? Gaat Power BI met pensioen?
Nee. Nu nog niet. En dat is een belangrijke nuance, geen dooddoener.
Power BI blijft de snelste, meest bestuurde manier om zelf rapporten te maken. Sleep een visual, kies een veld, klaar. En het is standaard interactief: klik op één balk en je hele rapport sliced mee, zonder dat je daar iets voor hoeft te bouwen. Cross-filtering, drilldown, een consistente huisstijl en enterprise-brede distributie zitten er allemaal kant-en-klaar in. Voor de overgrote meerderheid van "laat me deze cijfers zien" is en blijft Power BI het juiste gereedschap. Sneller, goedkoper, en toegankelijk voor mensen die geen regel code schrijven.
Fabric Apps speelt een ander spel. Het glinstert daar waar Power BI tegen zijn grenzen aanloopt: als je data wilt terugschrijven, als je een werkproces in je scherm wilt inbouwen, als je een volledig eigen interface nodig hebt, of als je visualisaties wilt die geen enkel standaardrapport kan maken (denk aan bibliotheken als Vega of D3, "visualisatie als code"). Kortom: als je van kijken naar doen wilt.
Zie het daarom niet als vervanging, maar als een keuze: welke voorkant zet je op je semantische model? Beide opties tappen dezelfde bestuurde cijfers af. Hier staan de voor- en nadelen naast elkaar.

De kern: Power BI wint op snelheid, toegankelijke self-service en interactiviteit die standaard werkt. Een Fabric app wint op vrijheid, controle over het uiterlijk en de mogelijkheid om écht iets te laten doen in het scherm. En het is zelden of/of: vaak is het antwoord allebei. Power BI voor de brede rapportage, een Fabric app voor dat ene proces waar mensen daadwerkelijk in werken.
Er zitten enkele haken en ogen aan een Fabric app waar je je bewust van moet zijn:
- Je leunt op AI. De meeste Power BI-specialisten schrijven geen JavaScript of React. Ze zullen dus grotendeels afhankelijk zijn van een codeeragent, en het risico bestaat dat niemand de gegenereerde code nog écht leest. Dat raakt kwaliteit, onderhoudbaarheid en veiligheid.
- Consistentie is werk. Meer vrijheid betekent ook meer manieren om inconsistent te worden. Zonder discipline en een designsysteem gaan tien apps er al snel als tien verschillende apps uitzien.
- Het is nieuwe stof. Datamensen worden voor een deel applicatiebouwers. Dat is een echte leercurve, geen knopje.
- Het is preview. Reken nog niet op complexe transacties of stored procedures, en op maat gemaakte authenticatie buiten Entra ID zit er voorlopig niet in.
Dus: geen vervanger, maar een krachtige aanvulling. Power BI voor bestuurde selfservice-analyse. Fabric Apps voor bestuurde actie. Samen, op hetzelfde platform, op dezelfde data. Dát is de verschuiving.
Drie use cases die laten zien waarom dit een gamechanger is
Genoeg theorie. Waar wordt dit echt krachtig? Drie scenario’s die vandaag te bouwen zijn.
1. De exception cockpit: van signaal naar besluit in één scherm
Stel je een planningsteam voor dat elke ochtend naar forecasts kijkt. Vandaag zien ze in een rapport dat twintig producten buiten de marge vallen. En dan? Dan exporteren ze naar Excel, mailen ze een collega, en updaten ze ergens anders een systeem.
Met een Fabric App bouw je één cockpit. De uitzonderingen komen live uit het bestuurde semantische model. De planner ziet ze, en keurt ze in hetzelfde scherm goed, past ze aan of voegt een toelichting toe. Die beslissing wordt teruggeschreven naar de SQL-database in Fabric, met een volledig audittrail. Van signaal naar besluit, zonder één keer van scherm te wisselen. De kloof tussen inzicht en handeling verdampt.
2. Het data-quality war room: governance die je écht gebruikt
Datakwaliteit is de stille moordenaar van elk dataplatform. Iedereen weet dat het belangrijk is, en toch verzandt het in spreadsheets en goede voornemens.
Bovenop de bestuurde dataproducten van een platform als Intelligenthive® bouw je een app waar data stewards echt werken. Kwaliteitsissues verschijnen automatisch, een steward wijst een eigenaar toe, volgt de status, en sluit het issue af. Alles in het platform, alles vastgelegd. Governance is niet langer een PDF die niemand leest, maar een werkomgeving die de kwaliteit dag na dag omhoog duwt. Dit is precies het soort actie-op-data waar wij bij Beeminds warm voor lopen.
3. De AI agent met een human in the loop
Dit is voor mij de spannendste. AI-agents zijn goed in voorstellen doen: bestel bij, escaleer dit, dit ziet er als fraude uit. Maar je wilt een agent zelden blind zijn gang laten gaan op je bedrijfsdata.
Een Fabric App wordt de brug. De agent draait op de gestructureerde backend en gebruikt de app als zijn geheugen (die persistente staat waar agents om vragen). De mens krijgt een cockpit: elke voorgestelde actie komt langs, met de onderbouwing erbij, en wordt met één klik goedgekeurd of afgewezen. Mens in de lus, op volledig bestuurde data, in de omgeving waar die data toch al veilig staat. Dit is hoe "agentic" ophoudt een buzzword te zijn en gewoon werk wordt.

Waarom wij hier enthousiast over zijn
Bij Beeminds draait alles om onze belofte: activate your data. Data die niet alleen mooi in een rapport staat, maar echt aan het werk gaat voor de business. Jarenlang stopte die activatie precies op de grens tussen kijken en doen. Je kon inzicht geven, maar de laatste stap, de handeling, gebeurde ergens anders, in een ander systeem, na een lang bouwtraject.
Fabric Apps schuift die grens op. Voor het eerst kun je op één bestuurd platform van ruwe data naar inzicht naar actie, zonder onderweg je governance, je beveiliging of je enige versie van de waarheid kwijt te raken. Is het af? Nee, het is preview, en het vraagt nieuwe vaardigheden. Maar de richting is glashelder, en die richting is de goede.
Bij Beeminds hebben we al diverse apps gebouwd. Als je benieuwd bent wat een Fabric App voor jouw data zou kunnen betekenen, van een exception cockpit tot een agent met een stuur: laten we praten.